Het is niet al goud wat er blinkt

Lang voordat er een begin gemaakt kon worden aan de collectie kroonjuwelen moest er eerst nog een kroon met de bijbehorende regalia worden geregeld. En dat had wat voeten in de aarde.

De eerste inhuldiging van Koning Willem I op 30 maart 1814 in Amsterdam gebeurde weliswaar zonder kroon, maar dat wilde niet zeggen dat deze niet werd gemist. Na rijp beraad werd er besloten om voor de inhulding in Brussel op 21 september 1815 op zoek te gaan naar een kroon met bijbehorende regalia. En deze werden gelukkig, vermoedelijk op een zolder, gevonden. Dit vermoeden wordt gestaafd door het feit dat er nergens een opdracht en factuur voor het maken van een kroon is teruggevonden.

Pas voor de inhuldiging van Koning Willem II in 1840 wordt er opdracht gegeven om een nieuwe inhuldigingskroon te maken. Dit gebeurt wellicht onder invloed van zijn echtgenote Anna Pavolovna.

De opdracht werd gegund aan het toen al gerenommeerde juweliershuis Bonebakker uit Amsterdam. De meesterknecht van dit juweliershuis kreeg maar 8 weken om een inhuldigingskroon te maken. Het materiaal dat hij hiervoor gebruikte was verguld zilver en glazen imitatie edelstenen oftewel strass. Ondanks deze materialen bedroeg de totale rekening toch nog fl 1. 470,--. Naast de kroon werden voor het grote evenement ook een rijksappel en rijkszwaard gemaakt. Deze regalia zijn bij de inhuldiging van koning Willem Alexander weer gebruikt.

Anna Pavlovna nam vanuit Rusland veel juwelen en edelstenen mee naar Nederland maar wilde, waarschijnlijk door de ontrouw van Willem II, niet dat haar edelstenen gebruikt werden voor de regalia.

Ondanks het gebruik van glazen imitatiestenen in de regalia hebben de juwelen en edelstenen van Anna Pavlovna veel bijgedragen aan het begin van een beroemde en uitgebreide collectie Nederlandse kroonjuwelen.

Bron foto inhuldigingskroon: internet.